|
Woord of ingeburgerde merknaam? |
|
De Nederlandse taal leeft en ontwikkelt zich voordurend. Steeds weer ontstaan er nieuwe samenstellingen en zelfs compleet nieuwe woorden, overgenomen uit een andere taal of door het volk ingeburgerde merknamen.
Om maar een voorbeeld te noemen: ‘Ik werd vanochtend wakker met een behoorlijke hoofdpijn. Na het innemen van een aspirine, deed ik de luxaflex open en liet de jacuzzi vollopen.’ In dit korte citaat komen drie merknamen voor die compleet zijn ingeburgerd in onze taal. Aspirine, luxaflex en jacuzzi zijn in eerste instantie niet in het leven geroepen om als soortnamen te worden gebruikt, maar ooit bedacht als benamingen voor producten. Merknamen dus. Hier volgen nog een paar leuke voorbeelden van merknamen die helemaal ingeburgerd zijn in onze taal:
IJsco Het woord ijsco is zijn carrière in onze taal begonnen als merknaam. Naar verluidt is ijsco namelijk een verkorting van IJscompagnie. Rond 1900 waren het vooral banketbakkers die ijs maakten. Aan het begin van de 20e eeuw begonnen zij zich te verenigen in ijscompagnieën om de kosten van de ijsproductie te delen. Inmiddels is ijsco enkel een nostalgisch woord geworden. Het herinnert nog aan de voorgoed verleden tijd toen ijsjes (het moderne synoniem voor ijsco’s) nog maar vijf of tien centen kosten. Maar helemaal verdwijnen zal het woord niet zo snel, het leeft namelijk nog voort in een paar samenstellingen in de Nederlandse taal. IJsjes worden vandaag de dag immers niet verkocht door een ijsman, maar door de ijscoman en die staat niet te verkopen achter zijn ijskar, maar achter zijn ijscokar.
Wybertje Nou is de betekenis van het woord ijsco nog enigszins te achterhalen, vanwege de beschrijvende naamgeving, maar het woord ‘wybertje’ zegt op zichzelf niks. Toch wordt het regelmatig gebruikt en iedereen weet ongetwijfeld wat ermee bedoeld wordt: het ruitvormige figuur dat het welbekende hoestdropje aanneemt. Deze werd in 1846 ‘uitgevonden’ door de Zwitserse arts Dr. Emanuel Wybert (1807-1884). Voor de vorm van het dropje liet de dokter zich inspireren door het ruitenaas. Het verhaal gaat dat Wybert bij een spelletje kaart tijdens een reis door Amerika een aanzienlijk bedrag won met het aas van ruiten en dit teken sindsdien als zijn geluksteken beschouwde. In het Nederlands gaf de vorm van het dropje al snel aanleiding tot figuurlijk gebruik van het woord en in 1984 werd wybertje o.m. in de betekenis ruitvormig ‘typografisch teken’ in het woordenboek Hedendaags Nederlands van Van Dale opgenomen. In 1992 kwam het woord in de Grote Van Dale. Inmiddels wordt ook de afgeleide vorm wyber(s) regelmatig aangetroffen. Bijvoorbeeld in een kookboek, waarin men kan lezen dat een paprika ‘in wybers’ gesneden moet worden.
Droste-effect Eind jaren zeventig bedacht dichter en journalist Nico Scheepmaker het woord droste-effect. Volgens Van Dale staat het voor een ‘repeterend visueel effect, dat ontstaat wanneer op een afbeelding een kopie voorkomt van die afbeelding waarop weer enzovoorts’. De naam droste-effect is geïnspireerd op de afbeelding op een blik Droste-cacaopoeder van een verpleegster met een dienblad, waarop een blik Droste cacaopoeder staat waarop dezelfde verpleegster weer te zien is enzovoorts. Waarschijnlijk is dat Droste–blik rond 1900 ontworpen door de reclametekenaar Johannes Musset, die zich mogelijk heeft laten inspireren door het pastel ‘La serveuse du chocolat’ van de Zwitserse schilder Jean Étienne Liotard. De keuze voor de afbeelding van een verpleegster is waarschijnlijk ingegeven door de wens chocolademelk te presenteren als een weldadige drank.
Bron: Taalbank
Markeys is een onafhankelijke specialist op het gebied van naamontwikkeling, naamcreatie, merkadvies, merkregistratie en merkbescherming. |